Over het belang van ‘maken’

Written by . Filed under wander. Tagged , , , , , , , , . Bookmark the Permalink. Comments are closed, but you can leave a trackback: Trackback URL.

Wide_Open_Hands_Sign_Emoji_MJ
Onlangs was ik bij de glashandel in verband met een doorvalbeveiliging voor een trap (je weet wel, zo’n hekje). Het is altijd even wennen om met vakmensen om te gaan. Als alles kan dan moet je goed nadenken over wat je wil. Hoe fijn dat die vaklui dan vaardig zijn. En geduldig. Omdat ze weten dat die ene oplossing t helemaal moet zijn (voor je) (want dat weten vakmensen). Dan is het best handig als je zelf in staat bent om te kunnen denken in termen van wat gemaakt kan worden en wat je dan precies wilt -en wat haalbaar is (dat laatste wordt een aparte blogpost).
Eén vd medewerkers van de glashandel maakte zich kwaad over het regeringsbeleid ten aanzien van de rol van maken in de samenleving (wat systematisch is uitbesteed sinds de jaren ’60). Hij zei ‘Ik ga geen auto kopen (conform recent advies van de MP), maar een bazooka. Om een gat te schieten in het torentje. Misschien dat ze dan wakker worden in Den Haag’. (Hij was nátuurlijk oprecht boos).

Wat hij bedoelde te zeggen was dat de manier waarop een samenleving met maakprocessen omgaat nauw verwant is aan/ metafoor is voor het niveau van een democratie. Eén van de peilers daarvan zijnde handelingsbevoegdheid voor het individu. Maar als je een samenleving het belang van maken ontneemt dan vergeten mensen hoe enorm vindingrijk ze zelf kunnen zijn en hoe goed ze eigenlijk zélf kunnen nadenken over wat ze willen/nodig hebben en het daar over te (leren) hebben. Samen met (competente) vakmensen die zelf ook weten wat t is om de juiste oplossing te bedenken (maken) en wat daar voor nodig is.

Het benoemen van de redenen voor het maken van dingen (en dus ook voor welk doel en impact) is vaak een getuigenis van wat (cultureel en ideologisch) belangrijk is. Vooral impact meting heeft enorm geleden onder een beleid waarbij doeltreffendheid jarenlang werd bepaald door subsidies in plaats van een een grotere discussie of visie over waar het aan bij moet dragen. En hoe om te gaan met verantwoording ten aanzien van (kwalitatieve) uitkomsten (niet slechts (kwantitatieve) resultaten. Publieke financiering van de kunsten in Nederland is, naar mijn mening, een goed voorbeeld van dit probleem. Het systeem werd ingezet na de Tweede Wereldoorlog vanuit de overtuiging dat de kunsten zouden bijdragen aan een maatschappelijke verheffing die herhaling van een oorlog zou kunnen voorkomen. Maar vanwege het trauma van de ‘Entartete Kunst’ besloten financierders zich nooit meer met de inhoud te bemoeien. Dit stond echter haaks op de intentie om de kunsten bij te laten dragen aan een betere maatschappij. En daarmee werd de discussie over de benodigde rol van de kunsten om te komen tot die ‘betere maatschappij’ in de kiem gesmoord.

Zolang de culturele waarde en rol van ‘maken’ ondergeschikt blijft zal er ook niet snel een effectieve discussie plaatsvinden over hoe betere uitkomsten er uit zien. Ga in gesprek met de bakker en vraag wat er in je brood zit, met de groenteman waar (en hoe) je fruit rijpt. Ga naar de meubelmaker en ontwerp samen dat ene ultieme meubel (in plaats van Ikea voor je te laten denken). Praat met een kunstenaar over hoe t werk tot stand komt, met een politicus over wat politiek maakt… Laat je nieuwsgierigheid t werk doen en door te vragen te ontdekken hoe werkelijke waarde (voor jou) tot stand komt. Iedereen is een maker.

Share