Over Open Space en ontwerp denken

Written by . Filed under work. Tagged , , , , , , , . Bookmark the Permalink. Comments are closed, but you can leave a trackback: Trackback URL.

Onlangs was ik ‘space holder’ tijdens een Open Space sessie (ook wel ‘Unconference’)  georganiseerd door  The Learning Lab. Open Space Technology in het kort is een manier om zelf-organiserende  bijeenkomsten te beleggen. Het vond plaats in een school in Roosendaal die zich gedwongen ziet tot een enorme reorganisatie. De wil om te veranderen/innoveren was aldus groot.

Alle betrokkenen van de school (docenten, studenten, ouders, gemeentelijk bestuur, bedrijven) namen deel aan de sessie die bedacht was om de collectieve kennis van de groep in te zetten om inzicht te krijgen in mogelijke kansen en innovatieve oplossingen om het voortbestaan van de school te garanderen. Wat het tot een extra uitdaging maakte was dat de sessie bedoeld was om, later onverwacht bewezen, gezamenlijke verbanden en belangen te benoemen van op het eerste oog niet-gerelateerde groepen. Alle belanghebbenden droegen echter bij vanuit een gevoel van urgentie tot innovatie en kansen in een toekomstige situatie. Het openstellen naar potentiële partners bewees onverwachte gemeenschappelijke belangen, kansen en mogelijkheden voor beide partijen om te ontwikkelen en samen te werken. In het zoeken naar overeenkomstige speerpunten werden onverwachte gemene delers en agenda’s onthuld. Resulterend in verrassende kansen tot samenwerking en optimalisering van processen. Het bewees eens te meer dat er sprake is van een toenemende samenhang en afhankelijkheid van belanghebbenden in een veranderend maatschappij en markt.

In een traditioneel (concurrentie) model is een oplossing vaak niet slimmer dan die van de slimste persoon wat veelal leidt tot eenrichtingsverkeer. Echter onophoudelijke verschuivingen in interesses van consumenten en een toenemende roep om transparantie en het delen van informatie maakt het steeds meer tot een uitdaging om mensen te bereiken en gezien te worden als organisatie. Laatsten hebben hierbij vaak steeds meer ogen en oren nodig om sneller in te zien waar de kansen liggen om op een duurzame manier te kunnen voorzien in deze behoeftes. In een ‘open economie’ worden problemen en vraagstukken op het gebied van nieuwe kansen steeds complexer en dus beter beantwoord, met behulp van collectieve kennis, de zogeheten ‘wisdom of the crowds’. Deze laatste bleek in het geval van de school in Roosendaal geoptimaliseerd door de combinatie van de Open Space methode en die van het ontwerpdenken (Designthinking) wat zogeheten ‘group think’ voorkomt doordat de organisatie zich committeert aan innovatie en het ondernemen van daadwerkelijke actiepunten hierop.
Het biedt organisaties de kans om meer verbonden, self-organiserende, co-creërende netwerken van mensen, initiatieven, en processen te worden waarbij de rol van het individu hierbij verschuift met nieuwe mogelijkheden tot connectiviteit, interactiviteit en samenwerking als gevolg. Dit betekent een radicale verandering van de sociale en economische maatschappelijke structuur[¹].

Het betekent een verschuiving in het paradigma van concurreren tegen elkaar naar concurreren met elkaar voor een beter en sterker gerepresenteerde markt.  Openheid en het uitwisselen van informatie bewijst een vruchtbare strategie om coalities te creëren met een gezamenlijke agenda en samenwerkingen die resulteren in hernieuwde relevantie en continuiteit voor organisaties in een dynamische (geglobaliseerde) markt met veranderende agenda’s. Eens temeer in een tijd waarin budgetten krapper worden. Het dwingt eveneens tot  een aangescherpt bewustzijn over kern competenties en economisch toegevoegde waarde.
Een goed voorbeeld blijft hierin het thema duurzaamheid, dat van een behoefte aan schoon en efficiënt energieverbruik is verworden tot een fundamenteel ontwerp principe dat allesomvattend is, van het wetenschappelijk onderzoek naar de structurering van arbeid tot mobiliteit, persoonlijke gezondheid, en leiderschap. Het schept een nieuwe rolverdeling die die de ‘duurzame organisatie’ mogelijk maakt[¹] en een breed scala aan specialisten laat samenwerken aan multidisciplinaire en vaak universele vraagstukken.

Ontwerp denken (Designthinking) [²] wordt steeds vaker erkend als effectieve (multi-disciplinaire) probleem oplossende methode. En zoals eerder gesteld bewijst het extra effectief te zijn in een Open Space setting. Beide met de intentie tot innoveren in het DNA, bepaalt Open Space de agenda (en dus de meest prangende vraagstukken) en Designthinking faciliteert een operationele mindset die nog onverkende mogelijkheden tot samenwerking als uitgangspunt neemt.
Design is in staat om bewustzijn te creëren rondom werkelijke behoeftes en om inhoudelijke waarde toe te voegen vaak met concurrentie voordeel als gevolg. De mens staat centraal in een ontwerp proces, dat uitgaat van een strategische middel-doel gerichte manier van werken. Op veel plekken in de maatschappij lijkt wat voorheen werkte nu niet meer te werken, vraagstukken zijn complexer geworden en steeds vaker een combinatie van culturele, maatschappelijke, sociale en economische aspecten. Het resultaat van een ontwerp proces is een product, dienst of proces dat voorziet in nieuwe manieren om deze verschuiving in vragen en behoeftes van mensen en markten te voorzien.
Of zoals Roger Martin stelt als hij schrijft over ontwerpen en geintegreerd denken: ‘Ontwerpers kunnen de meest complexe problemen of vraagstukken oplossen door een collaboratieve, geintegreerde en gebruikers-gerichte denkwijze te hanteren, gebaseerd op de logica van waarschijnlijkheid (abductie) oftewel de logica van wat zou kunnen zijn. Tegengesteld hieraan is deductieve of inductieve logica, die het bijzondere reduceert tot het algemene en uitgaat van generalisaties.
De niet-geintegreerde denker neemt hierdoor gewillig de kortste route, uitgaand van algemeenheden, terwijl de geïntegreerde denker juist op zoek gaat naar creatieve resolutie van zaken die vaak alleen op eerste gezicht op gespannen voet staan. Ergo: in het traditionele model, lijkt het dat men kiest tussen vastgelegde alternatieven. Een ontwerpproces daarentegen beweegt zich buiten bestaande data en alternatieven om met het doel tot nieuwe alternatieven en combinaties te komen.
Bolland en Collopy stellen dat een beslissings houding (decision attitude) overheerst in huidige management theorie en praktijk, waarin het gaat over het oplossen van bestaande, onveranderlijke problemen met duidelijk gespecificeerde alternatieven met behulp van analytische data vergaring. Dit in sterkt contrast tot ontwerp denken dat ieder vraagstuk als een kans ziet tot innovatie, en de ruimte biedt de initiële uitgangspunten te bevragen en tot een resolutie te komen middels nieuwe en innovatieve ideeën.’

Al met al was het een productieve dag in Roosendaal resulterend in een grote groep geïnspireerde probleem eigenaren klaar om aan de slag te gaan met het creëren van een hernieuwde en geoptimaliseerde leer omgeving.
Ik zou graag eindigen met een citaat van Goethe dat stelt ‘Alles is al eens bedacht, het is de kunst er weer aan te denken.’


Notes
[¹]  dr. T. Besselink, Recreating Honours Education, 2010

[²]  Design!Public glossary: Design Thinking Ways of thinking, conceptualizing, imagining, and envisioning solutions to problems that (i) redefine the fundamental challenge or task at hand, (ii) develop multiple possible options and solutions in parallel, and (iii) prioritize and select those which are likely to achieve the greatest benefits in terms of, for example, impact, viability, cost.

“Design thinking is a human-centered approach to innovation that draws from the designer’s toolkit to integrate the needs of people, the possibilities of technology, and the requirements for business succes.”
— Tim Brown, president and CEO, IDEO, <http://www.ideo.com/about/>



Share